Clanwilliam is een ideale uitvalsbasis voor de ontdekking van de Cederbergen, een reusachtig massief dat strekt van de Middelbergpas ten noorden van Citrusdal tot voorbij de Pakhuispas in Clanwilliam en enkele honderdduizenden ha beslaat.
Het Cederberg-wildernisgebied is in 1973 tot bewaringsgebied (bewarea) uitgeroepen en bekend voor zijn ademberovende landschappen, grillige rotsformaties en de bedreigde Clanwilliam cederboom vanwaar de naam afkomstig is.
De Cederbergen vormen een deel van de Kaapse plooibergen en bestaan voornamelijk uit Tafelbergzandsteen. Het hele Cederberggebied maakt deel uit van de wateropvanggebieden van de fynbosstreek en wordt nauwkeurig bestuurd qua wateropbrengst.
Het Maltezer Kruis en de Wolfberg-boog zijn typische verweerde rotsformaties en een gewilde bestemmig voor hikers en bergbeklimmers.
De hoogste pieken zijn Sneeukop (1930 m), Tafelberg (1969 m) en Sneeuberg (2027 m), waar u ook tijdens de bloemperiode (augustus) de Sneeuprotea kan bewonderen, welke nergens anders groeit.
Khoisan bewoonden reeds eeuwen voor de ontdekking van de Cederbergen dit gebied en hebben een rijke schat aan rotskunst achtergelaten, meer dan 2500 sites zijn reeds ondekt, en bevatten rotsschilderingen van tussen 300 en 6000 jaar oud. Verschillende sites zijn gemakkelijk bereikbaar, en de rotskunst vormt een essentieel deel van het Living landscape Project van de Universiteit van Kaapstad, een project dat ondermeer gestart is om de voorheen achtergebleven bevolking van de streek aan werk te helpen.
Europese inwijkelingen arriveerden in het begin van de 18de eeuw, en in 1876 is een ‘bosbouer’ aangesteld om over het gebied te waken. Het bosbouwgebied Algerie heeft zijn naam gekregen van een Franse Graaf de Regne, een beheerder van de staatsbossen van de Kaapkolonie. De omgeving van de bergen en de Cederbomen herinnerden hem aan het Atlasgebergte in Algerie en de cederbomen die daar groeiden.
Tot in 1973 werden naar willekeur cederbomen gekapt en onder meer gebruikt als bouwhout en ook voor de aanleg van een telefoonlijn tussen Piketberg en Calvinia, waarvoor 7200 bomen nodig waren.
Vandaag zijn de cederbomen met uitsterving bedreigd, en enkel nog op afgelegen en praktisch ontoegankelijke plaatsen kan je nog wilde cederbomen bewonderen.
De plantegroei in het gebied is voornamelijk bergfynbos, met cederbomen tegen de bergwanden hoger dan 1000 meter en natuurlijke rooibos en boegoe.
Tijdens een goed blommejaar, dwz met genoeg regenval op het juiste tijdstip, breken de Cederbergen open in een mengsel van kleuren en geuren zonder weerga, een rit via de Pakhuispas langs de Biedouwvallei brengt je op de meest ademrovende uitzichten, voorzie minstens 20 rolletjes film of een extra flashcard want nergens op de wereld vind je een soortgelijk kleurenpalet.
Van de meest waargenomen dieren zijn de bavianen het talrijkst, maar ze zijn redelijk schuw, totaal verschillend van hun familieleden aan Kaap de Goede Hoop die je camera, eten en handzak uit je auto of je handen stelen. Een grote verscheidenheid aan ‘bokkies’, waaronder vaalribbok, duiker, klipspringer en grijsbok bevolkt de lager gelegen weilanden. Ystervark, ratel en erdvark is ook aanwezig maar zelden waargenomen.
Er is een tamelijk grote populatie luipaarden in de Cederbergen, maar ook zij zijn zeer schuw en worden slechts sporadisch waargenomen, er is een beschermingsprogramma voor de luipaard in het wildernisgebied, en vooral schaapboeren dienen nogal eens overtuigd te worden van het bestaansrecht van de luipaarden.
Koude en natte winters, warme en droge zomers, regentijd van mei tot september. Regelmatig sneeuw op de hoger gelegen bergtoppen, met lage nachttemperaturen.
Zomertemperaturen dikwijls boven 40 gr. Celsius, en onweders die in de droge zomerperiode regelmatig veldbranden veroorzaken.
Neem voldoende drinkwater meer tijdens een lange wandeling !